De geschiedenis van het vliegveld van Schaffen
In de tweede helft van de eerste wereldoorlog
onteigenden de Duitsers 60 hectaren weiland in de gemeente Schaffen en bouwden er vier
vliegtuigloodsen op. Het einde van de oorlog leek ook het einde van de vliegerij te
Schaffen te betekenen. Eind 1918 concentreerde het Belgisch leger zijn vliegtuigen nl. op
het grote vliegveld dat de Duitsers te Evere aangelegd hadden en vertrokken daarna
gedeeltelijk naar Krefeld in Duitsland.
Hoewel de Duitsers tientallen vliegvelden op Belgisch grondgebied hadden achtergelaten,
was het vinden van een direkt bruikbare site voor het na-oorlogse Militair Vliegwezen niet
gemakkelijk. Veel terreinen waren na de Duitse capitulatie geplunderd en vernield door de
burgerbevolking. Hetgeen gered werd, kon bovendien niet compleet van de plaatselijke
bevolking afgeschermd worden. Schaffen was één van de vliegvelden die gered werden. De
Fransen hadden het terrein vlak na de Duitse aftocht snel kunnen bezetten en gebruikten
het niet als vliegveld maar wel als een opslagplaats. Pas in 1919 "ontdekte" het
Belgisch leger het vliegveld. In juni 1919 ontving toenmalig burgemeester Hanegreefs een
telegram van het Ministerie van Oorlog waarin hem werd gevraagd het gras op het terrein te
laten maaien. In de zomer van 1919 landden één verkenningssmaldeel en de drie
jachtsmaldelen van de voormalige jachtgroep "Jacquet" te Schaffen.
Vanaf juli 1919 kon iedereen de Hanriot HD 1's, Camels en Spad Sp 13C1's aangevuld met Spad Sp 11A2
"tweezitters" maar ook Fokker DVII's bewonderen. Meteen werd het terrein ook
vergroot met 40 bijkomende hectaren en werd een schietstand aangelegd waarop het
boordgeschut van de vliegtuigen getest kon worden. Omdat vooral de jachtgroep
"Jacquet" aktief was in Schaffen, kreeg het terrein de naam Kwartier Willy
Coppens de Houthulst naar Willy Coppens, de grootste luchtheld die het Belgisch Militair
Vliegwezen voortgebracht had. Hij telde 37 overwinningen en was op dat ogenblik nog
herstellende van de beenamputatie waartoe men besloten had nadat hij tijdens het
eindoffensief van 1918 door luchtdoel-artillerie was neergehaald.
Piloten van het 2de smaldeel 'Schotse Distel'.
Pas in 1921 besloot het Ministerie geld uit te trekken voor de aanleg en heropbouw van
vliegvelden voor het Belgisch Militair Vliegwezen. Dat ging gepaard met een uitbreiding
van het aantal smaldelen en de koop van nieuw materiaal. De observatiesmaldelen werden
gestationeerd te Bierset, Haren en Goetsenhoven, de jachtsmaldelen, vier in totaal, werden
verdeeld over twee groepen. De groepen 'Schotse Distel' en 'Comeet' kwamen naar Schaffen.
Nijvel werd bevolkt door de groepen 'Witte en Rode Cocotte'. Het Belgisch leger sliep nu
in...
De jachtsmaldelen ruilden hun oude oorlogsvliegtuigen voor bij SABCA gebouwde Nieuport N
28C1's, Tsjechische AVIA BH 21's en in de jaren '30 voor Fairey Firefly's. Deze vliegtuigen
werden uiteindelijk bij het 1ste smaldeel (Comeet) vervangen door Glosters
Gladiators (1937) en bij het 2de smaldeel (Schotse Distel) door Hawker
Hurricanes (1939).
De twee Schaffense jachtsmaldelen behoorden inmiddels tot het tweede luchtvaartregiment
dat uit 6 jachtsmaldelen bestond.
Ondertussen was de Duitse oorlogsmachine op gang gekomen.
Oostenrijk en Tsjechoslowakije werden straffeloos geannexeerd.
Toen vervolgens ook Polen aan de beurt kwam, verklaarden Frankrijk en
Groot-Brittannië Duitsland de oorlog. In de periode tussen deze oorlogsverklaring en het
werkelijk uitbreken ervan in het westen, kregen de jachtsmaldelen tot opdracht het
neutrale Belgische luchtruim af te schermen voor zowel Britse, Franse als Duitse
indringers. Eén Duitse Ju 52 en één Britse Whitley werden tot landen gedwongen en één
He 111 van de Luftwaffe werd neergehaald door een patrouille van drie Gladiators. Zelf
verloren de Schaffense jagers één Hurricane tijdens een luchtgevecht en twee Gladiators
bij ongevallen.
Line up van Fairey Fireflies.
En toen werd het 10 mei 1940...
Voor legermanoeuvres die op deze cruciale dag moesten starten, waren op het vliegveld van
Schaffen vier smaldelen samengetrokken. In totaal stonden 50 vliegtuigen deels
gegroepeerd, deels verspreid op het 700m bij 700m grote vliegveld. Iets na middernacht
klonk het alarm te Schaffen. Er gebeurde niets. Volgens de oorlogsplannen moesten de
Gladiators en Hurricanes een "interdiktieopdracht" vliegen boven Beverlo en
Diest. Dat gebeurde niet en de Duitse aanvallers wisten twee van de vier smaldelen op de
grond te vernietigen. Alleen een smaldeel Foxen en het 1ste smaldeel met zijn
Gladiators wist te ontsnappen. Voor deze vliegtuigen was het een uitstel van executie. De
dag daarop gingen er een deel verloren tijdens een luchtgevecht boven de bruggen over het
Albertkanaal en werd de rest op de grond vernield. Voor de fiere jagers van Schaffen was
de oorlog afgelopen.
In de zomer van 1940 veranderde het vliegveld en zijn omgeving in een bouwwerf. De
Duitsers begonnen vliegtuigboxen aan te leggen en lieten het puin ruimen dat ze zelf
veroorzaakt hadden. Daarop vestigde een opleidingseenheid van Stukageschwader 1 zich op
het vliegveld. Op 14 januari 1942 vertrok deze eenheid en werd het vliegveld met
versperringen onbruikbaar gemaakt. Na het geallieerd bombardement op de fabrieken van
"Erlawerk VII" te Mortsel op 5 april 1943 kreeg het vliegveld een nieuwe
bestemming. Dit maal als "Frontreparatur Betrieb". In Schaffen werden voortaan
de roeren van beschadigde Me 109's hersteld.
Op Paasmaandag 10 april 1944 gooiden
Amerikaanse B17's 179 ton explosieven op het vliegveld en troffen de omliggende dorpen.
Het bombardement betekende het einde van de Duitse luchtvaartaktiviteiten in Schaffen.
Diest werd op 6 september 1944 bevrijd door de Britten. Het vliegveld kreeg de Britse code
B64 en werd op 21 september van datzelfde jaar door het 168 Recce Sqd RAF opnieuw in
dienst genomen. Meer RAF-squadrons zouden volgen.
Het Belgisch leger kwamen terug in 1946. In maart 1946 installeerde de Elementaire Vliegschool
van de pas opgerichte Belgische Luchtmacht zich op het vliegveld.
In mei 1947 kwamen de para's zich vestigen en richten er hun school op.
In juni 1950 ruilde de E.V.S. van de Luchtmacht Schaffen voor Goetsenhoven.
Vanaf dat ogenblik werd het militair vliegveld enkel nog door het opleidingscentrum van
de paracommando's bewoond. In 1962 werd het vliegveld uitgebreid tot het Fort Leopold en
werd een controletoren aan de zuidrand van het veld gebouwd. Het vliegveld van Schaffen
bevindt zich nu op een grasterrein van 1700m bij 700m.
Nog enkele hoogtepunten :
11 september 1947 : Eerste sprong uit een Belgische Dakota.
28 november 1947 : Eerste sprong uit 'de ballon'.
Luchtfoto van het vliegveld van Schaffen.
|